EEN INTERVIEW MET MARIJ PHILIPPENS
VAN HET MINISTERIE VAN VROM

Wat is duurzaam?

Enkele jaren geleden nam de Tweede Kamer een motie aan om ervoor te zorgen dat de overheid als groot-inkoper gaat bijdragen aan het verduurzamen van producten en diensten. Met haar koopkracht ter waarde van tientallen miljarden euro’s per jaar kan zij immers fungeren als trekker en ‘openbreker’ van de markt voor duurzaamheid. De lat werd niet laag gelegd: in 2010 moet 100% van de inkoop van de Rijksoverheid duurzaam zijn; er zijn meerdere provincies en gemeenten die deze doelstelling delen, de andere overheden hebben zich vooralsnog vastgelegd op 50% in 2010. Een schone ambitie. Maar wat is duurzaam? Een interview met Marij Philippens, die er vanuit het ministerie van VROM op toeziet dat die doelstelling gehaald kan gaan worden, over een mooie uitdaging met een urgent karakter. En over de rol die SMK daarbij kan spelen.

“De doelstelling lag er natuurlijk al een paar jaren n.a.v. de motie Duurzame Bedrijfsvoering Overheid van juni 2005, maar de komst van minister Cramer heeft het onderwerp duurzaam inkopen weer een flinke duw in de rug gegeven. De minister heeft het zelfs tot een van haar beleidsspeerpunten gemaakt. Zelf staat ze natuurlijk aan de lat om het Rijk op die 100% te krijgen, maar ze wil ook kijken of de gemiddelde ambitie bij provincies, gemeenten en waterschappen niet omhoog kan. Ze wil nog dit jaar een bestuursakkoord sluiten over het traject waarlangs de andere overheden zo spoedig mogelijk na 2010 op 100% duurzaam inkopen zullen uitkomen. Daarmee heeft het zoeken naar antwoorden op de vragen ‘wat is duurzaam?’ en ‘wat betekent precies: 100%?’ alleen maar aan urgentie gewonnen. Ook het bedrijfsleven begint daar steeds meer belangstelling voor te krijgen. Er is zelfs sprake van zenuwen. Want als de grootste klant in Nederland dat soort eisen gaat stellen, moet je daar natuurlijk wel op in kunnen spelen –en dan wil je weten waaraan je moet gaan voldoen. Men wil er wel graag op tijd klaar voor zijn.” Aldus Marij Philippens, die bij het ministerie van VROM al jaren bezig is met het proces van het stimuleren van een verduurzaming van het productieen consumptiepatroon in Nederland.

Marij   
Philippens   

Resultaatsverplichting
Philippens heeft dus de wind recentelijk stevig in de rug gekregen op het gebied van duurzaam inkopen door de overheid: “We hebben het namelijk wel degelijk over een resultaatsverplichting, niet louter over een nobel streven. Al moet ik wel de belangrijke kanttekening maken dat ‘resultaatsverplichting’ betekent dat je die producten en diensten duurzaam moet inkopen, waarvoor er duurzaamheidscriteria zijn vastgesteld. Je kunt van inkopers namelijk niet verwachten dat ze allemaal zelf op zoek gaan naar duurzaamheidscriteria. Echter, in het geval er voor bepaalde producten/diensten binnen redelijke financiële grenzen geen functioneel gelijkwaardige duurzame producten te koop zijn, dan vervalt de resultaatsverplichting. En dus zal het feitelijk bij die 100% en 50 (of meer)% alleen gaan om producten en diensten waar beoordelingscriteria voor zijn. En dat zijn er momenteel nog niet zo heel veel… Het is dus zaak dat er snel van die criteria worden ontwikkeld.”

“Aan het ontwikkelen van zulke criteria wordt daarom momenteel ook hard gewerkt. SenterNovem is de uitvoerder van het project duurzaam inkopen als uitvoeringsorganisatie van de rijksoverheid, maar SMK kan daarbij een zeer nuttige rol vervullen”, aldus Philippens, die van nabij heeft gezien dat SMK in de loop der jaren op dat terrein veel expertise heeft ontwikkeld: “SMK heeft een degelijke, onomstreden reputatie weten op te bouwen door onder meer kwalitatief hoogstaande criteriasets te ontwikkelen voor een aantal productgroepen. Maar helaas kunnen we daarmee op dit moment nog slechts een deel van het bestaande producten- en dienstenaanbod dekken. Het ontwikkelen van die sets kost, mede door de grote zorgvuldigheid waarmee dat gebeurt en het aantal aspecten dat wordt beoordeeld, veel tijd. De vraag is daarom nu hoe we op een snelle(re), maar toch zorgvuldige manier kwalitatief goede criteriasets kunnen ontwikkelen, zodat inkopers zo snel mogelijk aan de hand daarvan een groot deel van het aanbod van producten en diensten kunnen beoordelen op duurzaamheid. Natuurlijk ben ik erg blij met de focus die SMK met haar bestaande criteria legt op de koplopers in de markt. Dat biedt een duidelijk baken waarop aanbieders en inkopers kunnen varen. Het zijn topkwaliteitscriteria. Om met de vereiste snelheid daarnaast ook een nog veel breder pakket aan producten en diensten binnen het duurzaam inkopen te kunnen trekken zullen we echter ook andere wegen moeten bewandelen.”

Eigen verantwoordelijkheid
Een van de mogelijkheden voor de duurzaamheidstoets, die overheidsinkopers in elk geval bij al hun beslissingen moeten nemen (maar je ziet nu al dat ook ‘commerciële’ inkopers daar steeds meer belangstelling voor hebben) is, dat je per productgroep de voor duurzaamheid meest relevante aspecten identificeert en daarvoor ambitieuze criteria formuleert. Marij Philippens: “Om daarvoor ook een stevig draagvlak te kunnen ontwikkelen zul je realistisch te werk moeten gaan: je moet screenen wat er in de markt aanwezig is, en welke producten/diensten zich in die markt qua duurzaamheid duidelijk onderscheiden. Voor alle duidelijkheid: elke inkoper behoudt ook na 2010 zijn/haar eigen verantwoordelijkheid. Er komen geen lijsten van goede of foute producten. En er komen dus ook geen ‘marktbrede’ keurmerken waar elke product/dienst aan zal moeten voldoen –al zal er bij het opstellen van de duurzaamheidscriteria wel zo veel mogelijk worden aangesloten bij bestaande keurmerken, zoals Milieukeur, dat dus voor het topsegment een duidelijke meerwaarde zal houden. Met andere woorden: een inkoper zal dus altijd zelf mogen en moeten checken of de producten/dienst die hij/zij aanschaft voldoen aan de bestaande criteria voor duurzaamheid. En daarbij wordt in ieder geval gewerkt met ‘knock-out criteria’ (als een product er niet aan voldoet, valt het sowieso af) en daarnaast, facultatief, met wegingsfactoren (als een product/dienst bijzonder scoort op een of meer belangrijke duurzaamheidsaspecten, dan kun je dat als inkoper extra zwaar laten meewegen).”

Maar het opstellen van goede criteria is nog niet het einde van het verhaal. Marij Philippens is zich ook terdege bewust van het belang van een zorgvuldige introductie ervan: “Om inkopers niet het bos in te sturen, maar om hen juist te ondersteunen bij het goed beoordelen van die duurzaamheidsaspecten worden er ook cursussen ontwikkeld in overleg met IPO en VNG. Maar voorlopig wordt het dus nog enkele jaren heel hard werken aan het opstellen van goede, relevante en verantwoorde duurzaamheidscriteria. Ik ben blij dat SMK daarbij naast SenterNovem een belangrijke en constructieve rol vervult. Eens te meer blijkt namelijk hoe waardevol de kennis, de expertise en het netwerk is dat SMK de afgelopen jaren op dat gebied heeft opgebouwd.”

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer