DOOR MAURITS GROEN

Hoera, de olie wordt eindelijk duur!

Sinds enkele maanden beginnen steeds meer economische seinen op oranje te staan. De sterk stijgende olieprijs (en in het kielzog daarvan ook andere energieprijzen) en de verhalen over dreigende uitputting van fossiele brandstofvoorraden maken daarvan een niet onbelangrijk onderdeel uit. De vraag is echter of met name deze laatste factor zo ongunstig is. Het zou –voor wie de juiste signalen oppikt en er goed op inspeelt- wel eens een vermomde zegen kunnen blijken te zijn, een ‘blessing in disguise’.

“When the going gets tough, the tough get going.” Zolang fossiele energie spotgoedkoop was en vervuiling kosteloos (‘kostenexternalisatie’ in economisch jargon) was het economisch tamelijk zinloos om je best te doen om inventief te zijn en er een sport van te maken om elke procent economische groei te realiseren met telkens een lager percentage energie gebruiksgroei. De eerste oliecrisis (1971, precies een jaar na de geruisloos gepasseerde piek in de olieproductie van de Verenigde Staten, die daarna alleen maar meer zijn gaan importeren) was achteraf gezien slechts een eerste wake-up call: olie zou ooit wel eens duurder kunnen worden. De tweede oliecrisis (1979) deed echt een paar jaar behoorlijk zeer, veroorzaakte een heuse economische depressie en zette een aantal bedrijven aan om eens wat langer stil te staan bij de waarde van de derde productiefactor na kapitaal en arbeid. Sinds kort zijn we aanbeland in wat de Engelse researchauteur Strahan “de laatste olieshock” noemt in zijn recente boek waarvan de ondertitel luidt “Het einde van de petroleummens”. Zijn doorwrochte en soms tergend nauwgezet en onontkoombaar genoteerde bevindingen tonen onmiskenbaar aan dat –alle spectaculair geannonceerde vindingen van megaolie velden voor de kust van Brazilie of enorme olievoorraden onder het smeltende Poolgebied ten spijt- we zeer nabij een piek zijn in de rendabele productie van aardolie, en dat die van aardgas en steenkool niet zo heel lang op zich zullen laten wachten. Rendabel, in de zin van: economisch zinvol, waarbij de baten opwegen tegen de financiële en andersoortige kosten (vervuiling, vernietiging van andere vitale natuurlijke hulpbronnen zoals bossen, zoetwatervoorraden, landbouwproductiecapaciteit en de gezondheid van mensen en van de biosfeer).

Van exporteur naar importeur
En dat terwijl het ernaar uitziet dat de vraag naar energie alleen maar zal blijven groeien. China, India, Brazilië, Indonesië en al die andere ‘derdewereldlanden’ zijn ontwaakt en groeien als kool. Groei vraagt energie. En als het aanbod daalt en de vraag toeneemt, dan stijgt onvermijdelijk de prijs. Die schaarste aan fossiele bandstoffen komt er dus gegarandeerd, aldus niet alleen Strahan. De International Energy Agency analyseert dat al jaren en kort geleden voorspelde ook het onderzoeksinstituut Clingendael dat al in 2010 een ernstig tekort aan olie zou ontstaan. Geen wonder. Al sinds 1981 overtreft de olieproductie de ontdekking van nieuwe voorraden, en dat in alarmerend toenemende mate. Zo pompte de wereld in 2006 in totaal 31 miljard barrel olie omhoog, terwijl er minder dan 9 miljard aan nieuwe voorraden werd ontdekt. Elk jaar neemt het aantal landen toe dat van olie-exporteur juist importeur wordt. Dat zijn er inmiddels vele tientallen. En daarbij zijn ook zeer grote (voormalige) producenten. En zoals gezegd: de aanvoer van aardgas en steenkool zal het dreigende energieprobleem niet oplossen. Ook daarvan zijn de economisch rendabele voorraden onvoldoende –en in elk geval onvoldoende tijdig beschikbaar -want er is afgelopen jaren wegens de relatief lage energieprijzen weinig geïnvesteerd in productie-, raffinage – en transportcapaciteit. Het inhalen daarvan kost een aantal jaren. Te lang om de harde botsing tussen stijgende vraag en falend aanbod te voorkomen, maar op de middellange termijn ook in absolute zin geen soulaas.

Paddenstoelen
Alleen maar rampspoed dus? Dat hoeft in het geheel niet het geval te zijn! Eindelijk, eindelijk wordt het economisch zinvol om echt serieus te gaan onderzoeken welke andere, niet-fossiele mogelijkheden er zijn om aan onze energievraag tegemoet te komen. En te gaan investeren in het realiseren ervan. Eindelijk verdwijnt de ‘luiheidsbonus’ die we gedurende al die fossiele jaren hebben gehad dankzij al die spotgoedkope energie (en die ons nu opzadelt met die peperdure klimaat verandering). Eindelijk beginnen andere vormen van energieopwekking een eerlijke kans te krijgen. Want de potentiële oogst die ligt te wachten is niet misselijk: het is helaas nog lang niet afgezaagd om vast te stellen dat de aarde alleen al aan directe zonne-straling elk jaar 13.000 maal de hoeveelheid energie ontvangt die de huidige, toch niet echt zuinige wereldeconomie vraagt. Pas nu de prijzen serieus beginnen te stijgen, schieten de ingenieuze vindingen om daarvan efficiënt gebruik te maken als waren het paddenstoelen de grond uit. Verfbare zonnecellen om elektriciteit mee op te wekken. Coating voor gebouwen waarin nanobuisjes zijn verwerkt, die samen fungeren als een efficiënte windturbine. Nulenergiewoningen. Etc. De stroom berichten over ontketende uitvinders die ineens met soms bijna ongeloofwaardige vindingen komen is bijna niet bij te benen. Inventiviteit gaat lonen. En ook maatschappelijk verantwoorde productiemethoden gaan eindelijk het loon van hun meer waarde krijgen. “When the going gets tough, the tough get going.” Het werd tijd.

 

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer