De duurzaamheid van groene elektriciteit

Groene elektriciteit staat de laatste maanden volop in de belangstelling. Zoals de vraag: “Hoe weet ik als consument dat de elektriciteit die uit mijn stopcontact komt duurzaam is?” SMK heeft daarvoor criteria vastgesteld. Maar voortschrijdend inzicht en technische ontwikkelingen maken het noodzakelijk deze criteria te herzien. Een begeleidingscommissie buigt zich daar in 2009 over.

Volgens Peter Niermeijer, consultant bij Ecofys, draait de huidige discussie vooral om de vraag of energiebedrijven kunnen aantonen dat hun groene energie niet alleen hernieuwbaar, dus niet fossiel of nucleair, maar ook duurzaam is. Zeggen dat je product duurzaam is, is niet genoeg. Je moet het ook kunnen bewijzen. Niermeijer: "Voor windenergie uit Nederland is dat niet moeilijk aantoonbaar, maar dat geldt wel voor energie uit biomassa, zoals palmolie van palmplantages op bijvoorbeeld Sumatra. Stroom uit biomassa is namelijk niet altijd duurzaam. Palmolie op zich is groen, want de palmbomen zijn hernieuwbaar. Maar juist de palmolie is niet per se duurzaam. Het kan best zijn dat de productie ervan tot stand is gekomen door bijvoorbeeld de inzet van kinderarbeid of dat arbeiders worden uitgebuit. Ook milieuthema’s als ontbossing en landschapsbeheer spelen een grote rol bij de bepaling of de palmolie duurzaam is."

Cramercriteria voor biomassa
En Niermeijer gaat verder: "Voor biomassa zijn er daarom criteria opgesteld, de Cramercriteria, die betrekking hebben op de wijze waarop de biomassa wordt verbouwd: dus op de plantage. Het stellen van de criteria is niet voldoende. Je moet controleren dat men zich aan de criteria houdt."

WindenergieChain of custody
"En als dat lukt, dan is de volgende vraag: hoe kan ik een liter duurzame palmolie van een liter niet-duurzame palmolie onderscheiden?", vervolgt Niermeijer. "In een zogenoemde 'chain of custody' worden alle schakels van de productieketen gedocumenteerd. Ook staat aangegeven hoe een product is verwerkt tot halffabricaat en hoe die is getransporteerd. En wanneer alles aan de vastgestelde eisen beantwoordt, de biomassa is terug te volgen naar de plantage en daar is vastgesteld dat aan de gestelde criteria is voldaan, dan pas kan op de 'garantie van oorsprong' worden vermeld dat de elektriciteit niet alleen hernieuwbaar is, maar gegarandeerd ook duurzaam." Verder noemt Niermeijer ook de LCA (levenscyclusanalyse) een belangrijk instrument waarmee wordt bepaald welke bijdrage een product geeft aan bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen.

Duurzaamheidskeurmerk palmolie
Niermeijer: "Het klinkt misschien omslachtig, maar het is goed mogelijk om te achterhalen welke bedrijven er in een keten zitten en of die bedrijven een keurmerk hebben." Zo bestaat er sinds kort voor de palmolieketen het RSPO-keurmerk (Round Table for Sustainable Palm Oil). Dit is tot stand gekomen in rondetafelgesprekken met 'stakeholders' in de branche. Overigens bleek de duurzaamheid van RSPO-palmolie al onder vuur te liggen, nog voordat de eerste lading per schip in Nederland aankwam.

Additionaliteit
De discussie over wanneer elektriciteit wel of niet duurzaam is, zal bij de behandeling van de herziening van de Milieukeurcriteria een belangrijk rol spelen. Dat geldt ook voor het thema 'additionaliteit'. Michiel Rexwinkel, directeur New Business van Greenchoice, heeft daar een duidelijke mening over. Rexwinkel: "Additioneel betekent in dit geval dan bovenop het oude vermogen. Ik zou willen voorstellen om alleen die groene stroom additioneel te noemen die komt uit installaties die maximaal drie jaar oud zijn. Dat stimuleert energiebedrijven om zich te blijven ontwikkelen en nieuwe centrales te blijven bouwen. Als we dat niet doen, halen we het streefpercentage van 20 procent groene elektriciteit in 2020 nooit." Rob Kouwenberg van de Windunie, merkt echter dat het lastig is om snel te groeien: "De leden van de Windunie willen heel graag nieuwe of grotere windturbines plaatsen, maar de benodigde vergunningen maken het lastig om snel de gewenste vermogensgroei te bereiken." Kouwenberg zegt daarover: "Het politieke besluitvormingsproces in Europa over groene stroom is voor de Windunie potentieel erg gevaarlijk. Er zijn hele zonnige uitkomsten mogelijk, maar het kan even goed zo zijn dat het vanaf 2010 onmogelijk is geworden om nog langer Winduniestroom te verkopen. Dit heeft onder andere te maken met de definitie van de additionaliteitseis die in Europa gaat worden gehanteerd"

Workshop herziening Milieukeur-criteria
Begin december van dit jaar organiseert SMK in samenwerking met adviesbureau Ecofys een workshop ter voorbereiding van de herziening van de Milieukeur-criteria voor groene elektriciteit. Voor de workshop is een breed gezelschap van geïnteresseerden en deskundigen uitgenodigd, onder wie potentiële leden van een begeleidingscommissie. Op basis van de uitkomsten van de workshop wordt een agenda vastgesteld van punten waarop herziening van de criteria noodzakelijk is. Hierover zal de begeleidingscommissie zich dan in 2009 buigen. De nieuwe criteria zullen vanaf januari 2010 van kracht worden.

Buitenland

De energie die wordt opgewekt in Scandinavische waterkrachtcentrales is volgens de definitie van Rexwinkel groen, maar niet additioneel, omdat de centrales ouder zijn dan drie jaar. Rexwinkel erkent dat het binnen de huidige criteria van Milieukeur lastig is om van buitenlandse elektriciteit te kunnen aantonen of die groen en duurzaam is. Hij zegt: "De criteria die Milieukeur nu hanteert voor buitenlandse groene elektriciteit zijn heel streng. Daardoor vallen er maar weinig partijen onder." Voor Kouwenberg speelde dit geen enkele rol, omdat alle Winduniestroom in Nederland wordt geproduceerd. Kouwenberg: "Er kan geen twijfel bestaan over de herkomst van Winduniestroom, daardoor hadden wij geen enkele moeite ons te kwalificeren voor de Milieukeur-normen."

Double selling, double counting
Ook het zogenoemde 'double selling' en 'double counting' speelt een rol bij het kunnen garanderen van de duurzaamheid van elektriciteit uit het buitenland. De vraag naar groene energie is in Nederland groter dan het aanbod. Maar elektriciteitbedrijven mogen niet meer stroom als groene stroom verkopen dan beschikbaar is. Hiervoor moet een 'garantie van oorsprong', als bewijs worden ingeleverd. De overheid ziet hierop toe, zodat met dit systeem 'double selling' wordt voorkomen. Onder 'double counting' wordt verstaan dat zowel het land dat groene elektriciteit exporteert als het importerende land, deze schone vorm van elektriciteit laat meetellen in de doelstellingen die binnen de Europese Unie zijn overeengekomen. Om dit te voorkomen worden op Europees niveau afspraken gemaakt die vanaf 2010 zullen gaan gelden. Dit zal ook bij een herziening van de Milieukeur-criteria aan de orde komen.

Windenergie2

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer