Transparante criteria basis voor helder water

grondwaterMet de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) wil de EU de waterkwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa verbeteren. De waterproblematiek wordt per (internationaal) stroomgebied aangepakt. Nederland ligt in verschillende stroomgebieden, namelijk Rijn, Maas, Schelde en Eems. Voor het verbeteren van de waterkwaliteit is een belangrijke rol weggelegd voor de glastuinbouw. Met name het drastisch verminderen van de belasting van het oppervlaktewater met meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen speelt hierin een rol. Om de (tussen)doelstelling van de KRW (2015 tot 2027) te kunnen realiseren zijn stroomgebiedbeheerplannen opgesteld die onder andere de aanpak, monitoring, communicatie en gezamenlijke verantwoording beschrijven.

Relatie GLK en KRW
Bij de criteria van Groen Label Kas (GLK) streeft SMK er naar aan te sluiten bij de doelstellingen van de KRW. Enkele bovenwettelijke eisen die nu al in GLK8 zijn opgenomen in relatie tot water zijn:

  • voor energie-intensieve bedrijven geldt dat 70% van de waterbehoefte moet worden gedekt met hemelwater;
  • een dekking van 80% of meer wordt extra beloond;
  • het beschikbaar hebben van bronwater met een laag natriumgehalte, lager dan 0,5 mmol/l, kan als keuze maatregel worden gekozen;
  • de zuivering van water, middels UV en verhitting;
  • condenswater van de binnenzijde van de kas waarin gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt dient apart te worden opgevangen en afgevoerd;
  • het opvangen en hergebruiken van spuitvloeistof wordt beloond.

Het certificatieschema Groen Label Kas richt zich op de voorlopers in de glastuinbouw. Aansluitend op de KRW maar ook op doelstellingen van GlaMi (Convenant Glastuinbouw en Milieu) en het Besluit glastuinbouw staat emissiebeperking van gebruikt gietwater centraal in GLK8, met als uiteindelijk doel het realiseren van een emissieloze kas.

Schoon water in de glastuinbouw
Voor de glastuinbouw is het van groot belang om met kwalitatief goed en voldoende gietwater de teelt te starten en deze waterkwaliteit vervolgens ook goed te houden. Om dit in de praktijk te realiseren zijn managementmaatregelen noodzakelijk als een optimale water- en mineralengift, recycling, opvang en hergebruik van (afval)water. Bij een optimale watergift wordt gestuurd op basis van de verdamping van een gewas. Het overtollige water wordt apart opgevangen en ontsmet voor een volgend gebruik. De kwaliteit van dit recirculatiewater loopt terug door de diverse ontsmettingsprocessen (ontijzeren, ontharden, verwijderen van ziektekiemen) en zodra het niet meer geschikt is als gietwater wordt dit water geloosd als afvalwater.

Glastuinbouw nóg duurzamer

SMK biedt als onafhankelijke organisatie een platform om concrete bovenwettelijke ‘water’-maatregelen op het gebied van duurzame glastuinbouw uit te werken en voorlopers te stimuleren. Dergelijke criteria komen tot stand volgens een transparant protocol waarbij medewerking en inbreng van diverse stakeholders zoals bedrijfsleven, overheid, wetenschappers, waterschappen en milieudeskundigen mogelijk is.

SMK ziet kansen om nieuwe of aanvullende criteria te ontwikkelen met als doel de milieubelasting van het oppervlaktewater verder te verlagen en daarmee onder meer te voldoen aan de KRW doelstellingen. Het kan dan gaan om zowel kassen als duurzamere glastuinbouwproducten. SMK staat daarbij open voor voorstellen vanuit waterschappen, overheden en bedrijfsleven maar speelt ook zelf een actieve rol door stakeholders actief te benaderen over de problematiek van het verminderen van de milieubelasting van oppervlaktewater.

Meer info: Petra Remeeus, projectleider agro/food 070 358 63 00. E-mail: premeeus@smk.nl

Gietwater in de glastuinbouw

Voor het gietwater gebruikt men regenwater, leidingwater en oppervlaktewater. Regenwater is door het lage natriumgehalte bij uitstek geschikt als gietwater. Bij een tekort aan regenwater gebruikt men leidingwater of oppervlaktewater. Wel is de waterkwaliteit ervan sterk gebiedsafhankelijk

Gebruik van grondwater
Grondwater wordt in een aantal delen van Nederland niet gebruikt vanwege een te hoog zoutgehalte. Dit water moet voordat het gebruikt kan worden eerst worden gezuiverd waarbij een ingedikte zoutoplossing ontstaat als restproduct. Dit restproduct, ook wel brijn genoemd, wordt teruggepompt in de bodem wat het zoutgehalte van het grondwater vervolgens weer verhoogt. Om deze reden is de optie voor het toepassen van omgekeerde osmose in Groen Label Kas versie 8 (GLK8) verwijderd.

Gietwaterbronnen
Wettelijk moet een gietwaterbron aanwezig zijn met een minimale inhoud van 500 m3/ha, zowel boven- als ondergronds. Dit geldt bij zowel substraatteelt als grondgebonden teelten. De tuinders worden zelf gestimuleerd om grond te reserveren voor waterberging en rekening te houden met de huidige problematiek zoals bijvoorbeeld de verandering van het klimaat. Door het ontstaan van extremen in het weerbeeld, zoals meer neerslag in korte tijd en vervolgens een langere periode van droogte, wordt het creëren van ruimte om overstromingen te compenseren steeds meer een noodzaak. Bij nieuwbouw of uitbreiding wordt wettelijk extra opslagcapaciteit geëist, deels in open water en deels in een bassin of silo. Een belemmering hierbij kan de beschikbaarheid en de prijs van de grond zijn. Een oplossing hiervoor is het aanleggen van bredere en diepere sloten tussen de kassen. Dit is een eenvoudige en praktische oplossing om wateropslag te winnen waardoor de tuinder weinig grond verliest. Deze maatregel vraagt wel de nodige afstemming tussen de telers in een gebied omdat het tot overstromingen of drooglegging kan leiden.

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer