LachgasForse besparing op uitstoot van
lachgas eenvoudig haalbaar

In opdracht van en in samenwerking met SMK (Stichting Milieukeur) voerden CLM Onderzoek en Advies en Blonk Milieu Advies een onderzoek uit naar emissie van lachgas in plantaardige productie en de mogelijkheden van opname van broeikasgasreducerende (teelt)maatregelen binnen het Milieukeurschema Plantaardige Producten. De focus lag daarbij op akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt en boomteelt. Het onderzoek werd gefinancierd door SenterNovem, de Stuurgroep Landbouw Innovatie Brabant (LIB), Rabobank, het Productschap Akkerbouw en SMK.

Uit het onderzoek komen verschillende maatregelen naar voren die de emissie van lachgas met 20 tot 50% kunnen reduceren, waaronder het gebruik van andere soorten (kunst)mest, het gebruik van (kunst)mest in het voorjaar in plaats van in het najaar en de toepassing van rijpadensystemen. SMK werkte deze maatregelen uit in een zogenaamde Klimaatmodule, als onderdeel van het Milieukeurschema Plantaardige Producten. De Klimaatmodule is een maatlat in ontwikkeling, waarop maatregelen kunnen worden gekwantificeerd die de emissies van broeikasgassen beperken. De module is in eerste instantie uitgewerkt voor het terugdringen van de emissie van lachgas (N2O). Dit omdat lachgas verreweg het belangrijkste broeikasgas is in de open teelten.

Broeikaseffect lachgas 310 x groter dan CO2
In de Nederlandse landbouw komen verschillende gassen vrij die vallen onder de broeikasgassen. De belangrijkste zijn koolzuurgas (CO2), methaan en lachgas (N2O). Een toename van deze gassen in de atmosfeer leidt tot het vasthouden van meer warmte en daarmee tot het stijgen van de temperatuur op aarde. Lachgas heeft daarbij een belangrijke invloed. Het broeikasgaseffect van lachgas is 310 maal groter dan dat van CO2. Van de totale Nederlandse emissie van broeikasgassen komt ongeveer 8% voor rekening van de emissie van lachgas. Hiervan is circa de helft afkomstig uit de landbouw uit directe en indirecte bodememissies (open teelten en grasland).

Onderzoek
In het onderzoek is als eerste een inventarisatie gemaakt van maatregelen die in aanmerking komen om de emissies van broeikasgassen in de landbouw (bij open teelten) te beperken. De maatregelen hebben vooral betrekking op de stikstofhuishouding in de bodem en komen tot uiting in onder meer de bemesting. Hierbij gaat het vooral om de hoeveelheid en het type meststof, en in het beheer van het organische stofgehalte in de bodem.

De maatregelen zijn in vier bijeenkomsten met Milieukeurtelers, onderzoekers en voorlichters getoetst op praktische uitvoerbaarheid en op hun effect op de reductie van broeikasgassen. Maatregelen die een positieve bijdrage leveren aan de reductie van broeikasgassen in de teelt, mogen daarnaast zo min mogelijk andere negatieve milieueffecten veroorzaken elders in de keten of elders op het bedrijf.

Milieukeurtelers lopen voorop
De Klimaatmodule geeft invulling aan de doelstellingen van het kabinet. In het huidige regeerakkoord is de klimaatdoelstelling opgenomen dat de emissie van broeikasgassen in 2020 met 30% verlaagd moet zijn ten opzichte van 1990. Voor het seizoen 2009 is het invullen van de Klimaatmodule het certificatieschema Milieukeur Plantaardige Producten verplicht voor de akkerbouw-en vollegrondsteelten en voor de teelt van boomkwekerijproducten.

De Milieukeurtelers zijn daarbij al goed bezig. Bij het doorrekenen van de bouwplannen van de Milieukeurtelers bleken de broeikasgasemissies al 20 tot 50% lager te liggen ten opzichte van vergelijkbare bouwplannen die op een gangbare wijze waren bemest.

Lachgas

"Reductie van broeikasgasemissie is een gezamenlijke,
maatschappelijke verantwoordelijkheid"

BERT-JAN ALING
(RABOBANK):

BERT-JAN ALING

 

Namens een van de financiers van het onderzoek, de Rabobank, vertelt sector-manager akkerbouw Bert Jan Aling meer over de motivatie van deze instelling. "Maatschappelijk verantwoord ondernemen is voor de Rabobank Groep het verlenen van uitstekende financiële diensten aan leden en klanten met inachtneming van de waarden in haar gedragscode: respect, integriteit, professionaliteit en duurzaamheid", vertelt Aling. "Zo willen wij met onze bedrijfs activiteiten bijdragen aan het creëren van langetermijnwaarde voor mensen binnen en buiten de onderneming, voor het leefmilieu en voor de economie."

"Om iets terug te doen voor de leden en klanten", vervolgt Aling, "besteedt de Rabobank ieder jaar een gedeelte van de winst voor innovatieve en duurzame ontwikkelingen die van economisch en maatschappelijk belang zijn. Het belang moet voor een grote groep leden van de Rabobank en in het verlengde daarvan voor de Nederlandse samenleving zijn. Het zijn met name projecten in de onderzoek-of ontwikkelfase van vernieuwende initiatieven in de agrarische sector en in het midden-en kleinbedrijf. Daarnaast worden ook maatschappelijke innovaties ondersteund. Belangrijk is dat resultaten vrij ter beschikking komen voor de hele sector en dat de initiatieven zijn ontstaan door samenwerking van groepen ondernemers, natuurlijke personen en/of instellingen. Zo heeft de Rabobank een financiële bijdrage geleverd aan het project ‘Broeikasgasarme gewasteelt’. Dit project is een samenwerking tussen telers en onderzoekers in de open teelten van gewassen (akkerbouw, vollegrondsgroenteteelt en boomteelt). De reductie van broeikasgasemissie is een gezamenlijke, maatschappelijke verantwoordelijkheid. Dat deze sectoren hier ook een bijdrage aan leveren is een logisch gevolg."

Bewustwording
Aling vindt het goed om te zien dat er een aantal soms eenvoudige maatregelen zijn die een reducerend effect op de broeikasgasemissie hebben. "Het betreft dan vooral bemestingsmaatregelen en het slim omgaan met stikstofstromen op het agrarische bedrijf", aldus Aling. "Daarnaast is de organische stofvoorziening in de bodem altijd al een zeer belangrijk onderwerp geweest. Meer aandacht hiervoor zal op de middellange en lange termijn zeker vruchten afwerpen. Een stuk bewustwording van de consequenties en mogelijkheden op basis van de onderzoeksresultaten, is voor de langetermijnvisie zeker van belang."

Actief aan de slag
Door ondersteuning van dit project hoopt de Rabobank dat de betreffende food & agrisectoren actief met de kennis aan de slag kunnen gaan en hun verantwoordelijkheid nemen. "Teeltvoorlichters en kunstmestleveranciers zullen deze kennis nog beter richting de akkerbouwers en de praktijk kunnen vertalen, zodat de akkerbouw op termijn duurzamer wordt en minder broeikasgas uitstoot", besluit Aling.

"Rapport vormt een uitstekende basis om over
verder te praten"

ARJAN KUIJSTERMANS
(PRODUCTSCHAP AKKERBOUW):

ARJAN KUIJSTERMANS


"Het Productschap Akkerbouw coördineert meer onderzoek ten behoeve van vernieuwing en verbetering in de akkerbouw, dus dat wij hierin deelnamen was een logische keuze", vindt Arjan Kuijstermans van het Productschap Akkerbouw. "In de praktijk worden wij vaak geconfronteerd met allerlei beweringen over broeikasgassen, zonder dat precies duidelijk is waar we het nu eigenlijk over hebben. Ik vind het erg belangrijk om met de juiste kengetallen te kunnen werken. Daarom is dit onderzoek waardevol."

Getallen boven water
"Bij de voorgestelde maatregelen heb ik nog een beetje reserve. Als je constateert dat kunstmest uiteindelijk lachgas veroorzaakt, zou je zeggen: dan gebruik je gewoon minder bemesting. Maar dat heeft nadelige effecten op het gewas. Het rijpadensysteem vergt ook wel wat inspanning van de akkerbouwer, zoals het gebruik van GPS. Dus of het nu allemaal zo eenvoudig is, weet ik niet. In elk geval is duidelijk dat akkerbouwers veel maatregelen kunnen nemen om de uitstoot te beperken. Het mooie vind ik ook dat SMK dit opneemt in het certificeringschema, maar ook dat de kennis beschikbaar komt voor de gangbare teelt. De getallen zijn nu boven water, en de te nemen maatregelen ook, dat vormt een uitstekende basis om over verder te praten én om te doen!"

"Blijven zoeken naar onderscheid"

KEES BIJL
(BIJL AARDAPPELEN BV):

KEES BIJL



"Op verzoek van SMK hebben wij als afzetorganisatie deelgenomen aan het project", vertelt Kees Bijl van Bijl Aardappelen BV. "We hebben onze teeltgegevens ingeleverd en op basis van onder andere die gegevens is daar een advies uitgekomen. Ook waren wij betrokken bij het bespreken van de resultaten van het onderzoek. Ik denk dat de voorgestelde maatregelen een behoorlijke administratieve impact hebben en dat is iets waar je als teler niet direct op zit te wachten. Toch begrijp ik die uitkomst heel goed. Voor 2009 is een vrijwillige deelname aan de klimaatmodule gevraagd, en wij gaan dat doen omdat we het belangrijk vinden om als Milieukeurtelers voorop te blijven lopen en om te blijven zoeken naar onderscheidende maatregelen. Je hebt in de teelt een paar keuzemomenten, zo kun je ervoor kiezen om met een bepaald soort meststoffen te werken waarbij de uiteindelijke lachgasemissie kleiner is. In de aardappelenteelt verwacht ik niet dat de milieuwinst spectaculair zal zijn. In de boomteelt, waar bijvoorbeeld het voorgestelde rijpadensysteem wellicht makkelijker in te voeren is, kan dat anders liggen. Toch gaan wij als aardappeltelers hier serieus aan meedoen, zeker omdat we als gezegd voorop willen blijven lopen in milieuvriendelijk telen. Deelname aan het Milieukeurschema heeft voor ons een milieubelang en een commercieel belang, dus de bijbehorende extra administratie nemen we voor lief."

"Belangrijk dat er ook buiten Milieukeur
spin-off ontstaat"

JAN VAN BERGEN
(SENTERNOVEM, ROB):

JAN VAN BERGEN



"SenterNovem richt zich met het programma Reductie niet-CO2 Broeikasgassen (ROB) op de vermindering van methaan, lachgas en F-gassen", vertelt adviseur Jan van Bergen. De landbouw is een belangrijke doelgroep van het programma ROB, dat wordt uitgevoerd in opdracht van de ministeries van VROM en LNV. Ongeveer de helft van de uitstoot van de niet-CO2 broeikasgassen wordt veroorzaakt door de landbouw. "Binnen ROB hebben we een subsidieregeling voor ontwikkeling of toepassing van nieuwe emissiebeperkende technieken en maatregelen in de bedrijfsvoering die een bijdrage leveren aan de vermindering van niet-CO2 broeikasgassen. SMK heeft gebruik gemaakt

van die regeling. Ikzelf ben betrokken geweest bij de beoordeling van de aanvraag en de begeleiding en de rapportage van het onderzoek. Het aardige vond ik dat er naast het theoretisch onderzoek met de milieukeurtelers ook betrokkenheid van agrarische ondernemers was. We hadden van tevoren, op basis van wetenschappelijk onderzoek dat eerder was uitgevoerd voor ROB, verwachtingen over de mogelijkheden van reductie. Het SMK-project bevestigt deze verwachtingen. Uit het rapport komt goed naar voren dat de ondernemer zelf een belangrijke invloed heeft op de emissie en op een relatief eenvoudige manier beperking van de uitstoot van broeikasgas kan realiseren. De opname van de klimaatmodule in het Milieukeurschema draagt bij aan de bewustwording van het klimaatthema. Het is belangrijk dat er ook buiten Milieukeur spin-off ontstaat. Zo kan het onderzoek nog meer bijdragen aan de bewustwording van het thema broeikasgassen."

"Je weet nu precies waar je het over hebt"

GEERT WILMS
(LIB):

GEERT WILMS



"Onze organisatie is er voor het stimuleren van vernieuwing van de landbouwsector, zowel op economisch als op milieugebied", vertelt Geert Wilms van de Stuurgroep Landbouw Innovatie Noord-Brabant (LIB). "Vanuit onze positie is het belangrijk dat de landbouw de uitstoot van broeikasgassen terugdringt. Al in 2006 hebben we onderzoek gedaan naar de precieze productie van broeikasgassen vanuit de landbouw. Lachgas bleek de grootste post waar we wat aan wilden doen. Dan wil je vervolgens natuurlijk graag weten waar je het precies over hebt en wat je daaraan kunt doen. Daarom vonden wij dit onderzoek heel belangrijk en nuttig. Uit het onderzoek kwamen een paar zaken die wij hadden verwacht, maar ook een paar bijzonderheden. In kunstmest zit stikstof, dat in de grond wordt omgezet, daarbij komt het bewuste lachgas vrij. In het onderzoeksrapport staat een aantal maatregelen waarmee je die emissie kunt verminderen. Zo kun je minder kunstmest gebruiken, maar ook andere soorten kunstmest die minder lachgas uitstoten. Bemesten in andere perioden draagt tevens bij aan een verminderde N2O emissie. Daarnaast bleek dat je met een rijpadensysteem de uitstoot kunt verminderen. Daarbij rijdt de akkerbouwer telkens, met behulp van GPS, precies over hetzelfde pad binnen de akker. Een mooi neveneffect is dat de opbrengst stijgt: doordat je telkens hetzelfde rijpad gebruikt blijft er meer teeltgrond over en blijft deze intact. Dit is nu een mooi voorbeeld van eens iets nieuws proberen, zonder dat je van tevoren weet hoeveel invloed het exact heeft op de N2O emissie."

Voorbeeld voor gangbare teelt
"Ik vind de meerwaarde van het lachgasonderzoek dat nu goed is vastgelegd waar we het over hebben en wat je eraan kunt doen. De maatregelen worden opgenomen in de Klimaatmodule voor Milieukeur. Maar met alle respect voor de Milieukeurtelers: dat is een kleine groep en daarmee win je de strijd tegen uitstoot nog niet. Zij zijn wél een goed voorbeeld voor de gangbare teelt, waardoor die het goede voorbeeld op termijn gaan volgen", zo hoopt Wilms.

"Nuttig om praktijkgeluid te laten horen"

HUUB DIEDEREN
(TRILIGRAN):

HUUB DIEDEREN



"Onze motivatie is vrij eenvoudig", vertelt Huub Diederen van telersvereniging Triligran. "Onze groep telers is al lange tijd bezig met Milieukeur, omdat wij gerst voor Gulpener Bierbrouwerij telen. Vanuit die betrokkenheid zijn we benaderd om namens de sector mee te doen aan het onderzoek. We hebben onze cijfers ter beschikking gesteld, en van daaruit is een strategie ontwikkeld over hoe dit in te passen is in het certificatiesysteem. Onze eigen teeltgegevens vielen me trouwens behoorlijk mee. Wij gebruiken een

ander soort kunstmest, waarbij uiteindelijk minder lachgas vrijkomt. Ook wordt onze grond weinig geploegd, in verband met erosie. Het viel me eigenlijk mee dat wij in Limburg ten opzichte van de rest van Nederland goed scoorden. Nou moet ik wel zeggen dat gerst en graanteelt heel anders is dan aardappelteelt of boomteelt."

"Zo lang als de maatregelen in redelijkheid toepasbaar zijn, vanuit het oogpunt van de teler, zijn we ervóór", weet Diederen. "Je moet wel bedenken dat de teler eigenlijk niet zit te wachten op de zoveelste registratie van de middelen die hij gebruikt. De lat komt steeds hoger te liggen, en dat is op zich ook de bedoeling, maar wij willen wel graag vinger aan de pols houden over de haalbaarheid daarvan. Ik vond het heel nuttig om bij het lachgasproject betrokken te zijn, om dat geluid vanuit de praktijk te laten horen."

 
search Zoeken:
picture
 
© Disclaimer