
Herziene criteria voor 7 productgroepen
vastgesteld in maart 2009
Alle Commissievoorstellen voor herziene criteria voor 7 productgroepen zijn tijdens het Regelgevende Comité van 19 en 20 maart 2009 met een gekwalificeerde meerderheid aangenomen. Het betreft hier de criteria voor bedmatrassen, textielproducten, tissuepapier, harde vloeren en wandbedekking, schoeisel, en toeristische accommodaties en campings. De criteria worden na vertaling in alle EU talen gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie ('Official Journal') waarna ze officieel geldig zijn en geïnteresseerde bedrijven een aanvraag kunnen indienen.
Bedmatrassen
De nieuwe criteria zijn hoofdzakelijk gericht op het bevorderen van duurzaam geproduceerde materialen, beperking van het gebruik van voor het milieu toxische stoffen, beperking van het gehalte aan toxische residuen en de beperking van de emissies van toxische stoffen naar het binnenmilieu. Verder was de ‘letterlijke duurzaamheid’ (dat wil zeggen bedmatrassen die langer meegaan) een nieuwe eis.
Over het algemeen genomen heeft de herziening gezorgd voor een (kleine) verzwaring van de oude eisen. Daar waar de eisen betrekking hebben op het textiel in het bedmatras, zijn die afgestemd op de herziene criteria voor textielproducten.
Een van de belangrijkste wijzigingen is het instellen van een eis aan de herkomst van het houten bedframe. Hiervoor geldt dat het hout afkomstig moet zijn van duurzaam beheerde bossen en dat minstens 60% gecertificeerd moet zijn door een onafhankelijke derde partij. Enkele andere noemenswaardige wijzigingen zijn:
- de eis over biociden, en
- de eis over brandvertragers.
Biociden mogen worden gebruikt enkel onder de voorwaarde dat de actieve stoffen (in de biociden) toegelaten zijn voor gebruik in bedmatrassen volgens de Biocidenrichtlijn (98/8/EG). Praktisch en voor de komende paar jaren betekent deze eis dat er geen biociden kunnen worden gebruikt in bedmatrassen die in aanmerking komen voor het Europees Ecolabel. Dit omdat de toelating volgens 98/8/EG langzaam verloopt en er vooralsnog geen actieve stoffen zijn toegelaten voor een toepassing in bedmatrassen.
Met betrekking tot de brandvertragers heeft de herziening gezorgd voor een uitsluiting van de zogeheten additieve brandvertragers. Dat zijn chemische stoffen die zich niet chemisch binden aan het matras en die dus tijdens gebruik vrij kunnen komen. Met deze eis worden gebromeerde brandvertragers zoals deca-BDE uitgesloten van het Europees Ecolabel. Gebromeerde brandvertragers zijn stoffen die aanleiding geven tot zorg vanwege hun bekende of vermoede eigenschappen.
Textiel
Bij de herziening werd met name aansluiting gezocht bijÖko-tex, een internationaal, privaat certificatiesysteem die de aanwezigheid van schadelijke stoffen test in het materiaal. Daarnaast zijn de criteria voor gebromeerde brandvertragers en biociden aangepast. De belangrijkste punten van wijziging zijn:
- een verplicht minimum van 3% biologisch geteelde katoen;
- een verzwaring van de eis over het maximaal toegestane gehalte formaldehyde;
- het enkel toestaan van zogenaamde ‘low risk’ biociden. Dit zijn biociden die geplaatst zijn in Annex IA van de Europese Biocidenrichtlijn (98/8/EG);
- het enkel toestaan van zogeheten “reactieve” brandvertragers. Dit zijn stoffen die zich chemisch binden aan de textiel en die dus tijdens het wassen niet vrij kunnen komen.
Tissuepapier
In de herziening is aansluiting gezocht bij het BREF document (Referentiedocument betreffende de beste beschikbare technieken in de pulp-en papierindustrie, dec. 2001). Aansluiting bij BREF en milieu-innovaties in de branche leidden tot strengere milieueisen voor de emissies naar water en lucht tijdens productie en energiegebruik alsook de toegestane chemicaliën. Alle eisen zijn verscherpt.
Een punt van discussie tijdens de herziening was het wel of niet verplicht stellen van een vast percentage gerecyclede vezels. De nieuwe criteria doen geen uitspraak over het te prefereren soort vezels. Zowel gerecyclede als nieuwe vezels worden toegestaan. Wel moet 50% van de nieuwe vezels afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen (gecertificeerd door een onafhankelijk derde partij). Het overige percentage moet van legale oorsprong zijn en niet afkomstig uit beschermde gebieden.
Voor tissuepapier is het gebruik van gerecyclede vezels technisch mogelijk. De argumenten om nieuwe houtvezels toe te staan zijn:
- Als het Europees Ecolabel enkel toegankelijk is voor bedrijven die gerecyclede vezels gebruiken dan worden bedrijven die alleen nieuwe vezels gebruiken niet aangemoedigd om hun bedrijfsvoering te verduurzamen. Het Europees Ecolabel bevat overigens veel eisen die ook op die bedrijven van toepassing zijn.
- Het is in Europees verband niet wenselijk om één productiemethode (gebruik van gerecyclede vezels) te laten prevaleren boven een andere. Men wil verbeteringen aanbrengen binnen beide productiestromen. Promoten van pulp uit duurzaam beheerde bossen draagt immers bij aan de verduurzaming van bosbeheer.
- Minder chemicaliën zijn nodig om tissuepapier uit nieuwe vezels te produceren.
Harde vloeren en wandbedekking
In 2007 is een begin gemaakt met de herziening van de criteria voor harde vloeren. Het voorstel is om de productgroep uit te breiden met criteria voor zachte vloerbedekkingen waaronder hout, tapijt en laminaat. De Commissie bracht enkel voor harde vloeren en wandbedekking een definitief voorstel voor herziene criteria uit waarop positief is gestemd tijdens het Regelgevende Comité van 19 Maart 2009. De criteria voor zachte vloerbedekking zijn nog in ontwikkeling en zullen als aparte Commissiebeschikking in een later stadium worden gepubliceerd.
In de herziening is aansluiting gezocht bij het BREF document (Referentiedocument betreffende de beste beschikbare technieken in de keramische industrie, aug. 2007). Dit leidde tot voorstellen om milieueisen op een aantal punten te verscherpen en tot versimpeling van de criteria. Enkele normen zijn minimaal verruimd vanwege haalbaarheidsoverwegingen. Overal heeft de herziening geleid tot een (kleine) verzwaring van de eisen.
De belangrijkste punten van herziening zijn:
- de productgroepdefinitie is verruimd naar bedekking voor wanden (wandtegels);
- bij het bepalen van de milieueffecten bij grondstoffenwinning van natuurproducten wordt geen rekening gehouden met visuele effecten omdat deze effecten niet objectiveerbaar zijn; en
- toevoegen van een criterium over de verpakking van het eindproduct (enkel meermalige verpakkingen van karton of 70% gerecycleerd karton toegestaan).
Schoeisel
Behalve een algemene aanscherping van de eisen leidde de herziening tot de volgende nieuwe eisen:
- het uitsluiten van elektrische en elektronische componenten;
- het indirect uitsluiten van PVC door ftalaten niet toe te staan die als weekmaker worden gebruikt in PVC; en
- het substantieel verhogen van het percentage gerecycled karton in verpakking naar 100% en het bevorderen van het gebruik van bio-plastics in verpakkingsmateriaal.
Het gebruik van PVC kan nadelige effecten hebben in het afvalstadium van PVC-houdende producten. Het is daarom wenselijk dat zo weinig mogelijk PVC in het afvalstadium terecht komt. Dit betekent dat het gebruik van PVC uitsluitend is toegestaan indien hergebruik afdoende geregeld is. Aangezien hergebruik in schoeisel niet afdoende is geregeld en er goede alternatieve bestaan voor PVC in schoenen, is de indirecte uitsluiting van PVC in schoenen die in aanmerking komen voor het Europees Ecolabel wenselijk.
Toeristische accommodaties en Campings
Bij de herziening is gestreefd naar een verscherping van de milieueisen en een versimpeling van de criteria. Daarnaast werd een nieuw systeem van optionele criteria gelanceerd waardoor een grotere flexibiliteit is geïntroduceerd voor het behalen van het minimum aantal punten voor certificering.
De belangrijkste aanscherpingen zijn:
- het vergroten van de eis met betrekking tot het aandeel elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen naar 50% (was 20%);
- de bevordering van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zoals bedoeld in Richtlijn 2004/8/EG;
- het enkel toestaan van zuinig energieverbruikende apparatuur zoals lampen, air conditioning, koelkasten, keukenapparatuur en (af)wasmachines met energielabel A of A+ en 4-sterren centraleverwarmingsketels;
- verhoogde thermische isolatie voor ramen volgens 89/106/EEG.
SMK besprak de voorstellen met de Nederlandse Ecolabelhouders van toeristische accommodaties. Op basis van deze gesprekken en eigen deskresearch heeft SMK kunnen vaststellen dat de aanpassingen wenselijk en haalbaar lijken te zijn voor de Nederlandse Ecolabelhouders. Voor kampeerterreinen was het voor SMK niet mogelijk om de haalbaarheid en wenselijkheid van de criteria vast te stellen omdat SMK voor deze productgroep nog geen certificaties uitvoerde in Nederland. De criteria voor kampeerterreinen zijn qua structuur en ambitieniveau vergelijkbaar met die voor toeristische accommodaties. Uit de Europese discussie zijn er geen punten van discussie naar voren gekomen die specifiek zijn voor kampeerterreinen.
|
Nieuwe criteria Televisies Tijdens het Regelgevend Comité van 4 december 2008 zijn de nieuwe criteria voor TV’s goedgekeurd met 277 stemmen voor en 7 tegen. Griekenland en Slovenië waren niet vertegenwoordigd. Er is geen overgangsperiode waarin de oude criteria nog geldig zouden zijn; na de stemming op 4 december hebben bedrijven in totaal 11 maanden om te voldoen aan de nieuwe criteria. De criteria zijn (op het moment van dit schrijven) nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Ze zijn zodanig opgezet dat het Europees Ecolabel altijd overeenkomt met de vereisten van energieklasse A en B van Ecodesign
|

Meer info:
Demi Theodori,
projectmanager Europees Ecolabel,
070 358 63 00 – dtheodori@smk.nl