Datacenters en groenafval als bron voor restwarmte
Het gebruik van restwarmte voor de verwarming van kasen neemt een vlucht. “Restwarmte kan prima ingezet worden voor de verduurzaming van de tuinbouw”, zegt Rien Braun, projectleider energie en gietwater voor het ontwikkelingsproject PrimAviera bij Stallingsbedrijf Glastuinbouw Nederland (SGN). In dit glastuinbouwgebied zal naar verwachting een grote hoeveelheid lage temperatuur warmte voor de glastuinbouw beschikbaar worden gesteld.

Het PrimAviera gebied is gelegen in de gemeente Haarlemmermeer. In een overeenkomst met deze gemeente is vastgelegd dat SGN zal bijdragen aan een duurzame ontwikkeling van dit gebied. De glastuinbouwbedrijven in de omgeving kunnen binnenkort gebruik maken van duurzame en groene restwarmte voor de verwarming van de kassen.
Luchtafvoer
De restwarmte is afkomstig uit omzettingsprocessen waarbij de basis energiedrager duurzaam is. “De warmte die vrijkomt bij de bedrijven waar we mee samenwerken, heeft geen waarde meer voor het eigen productieproces en wordt gewoonlijk in de lucht afgestoten”, legt Braun uit. “Wij voeren de warme lucht af en via een warmtewisselaar wordt het van lucht naar water overgedragen. Dit water kunnen we via stadsverwarmingleidingen naar het betreffende bedrijf transporteren.”
Restwarmtebronen
In het project PrimAviera wordt samengewerkt met twee bedrijven die als restwarmtebron dienen. Restwarmte komt bijvoorbeeld vrij bij afvalverwerking. Het afvalverwerkingsbedrijf De Meerlanden in Rijsenhout is zo’n bedrijf. Verwerking van groenafval levert hier restwarmte op. “Tijdens de afvalverwerking komt warmte van 40 graden Celsius vrij uit de nacomposteringstunnel”, zegt Braun. Ook datacenters kunnen restwarmte leveren. “Bij de datacenters komt veel warmte vrij van de computers met een temperatuur van zo’n 38 graden die wij kunnen gebruiken”, vervolgt hij. “De elektriciteit die de datacenters gebruiken, wordt 100 procent groen ingekocht. Daardoor mag de vrijgekomen warmte ook als duurzaam bestempeld worden.”
Energie (warmte) afkomstig van derden in Groen Label Kas Het certificatieschema Groen Label Kas stimuleert het gebruik van duurzame energie in tuinbouwkassen. In dat kader bestaan er eisen aan het gebruik van duurzame energie/warmte betrokken van derden. Er is onderscheid tussen ‘Energie van derden centraal’ en ‘Energie van derden decentraal’. |
Energie van derden centraal Energie afkomstig van elektriciteitscentrales of de procesindustrie. Kenmerkend zijn de relatief grote schaal en grote afstand tussen de bron van de warmte en de afnemer van de warmte. Op dit moment zijn uitsluitend erkend: • de ROCA-centrale nabij Rotterdam (levering warmte) • de Amer-centrale nabij Made (levering warmte) • Yara nabij Terneuzen (levering warmte)
Energie van derden decentraal Alle andere energielevering door derden, bijvoorbeeld warmte afkomstig van gasmotoren van derden of in een andere BV op het perceel van de afnemer, maar ook energieclusters of niet CvD erkende afvalwarmteprojecten. Per project beoordeelt het College van Deskundigen GLK of de energieleverancier voldoet aan de eisen en de geleverde energie als duurzaam kan worden erkend.
|
| De warmte afkomstig van een datacentrum (Energie van derden decentraal) wordt als duurzaam aangemerkt in het certificatieschema Groen Label Kas met als voorwaarde dat de elektriciteit aantoonbaar groen wordt ingekocht door het datacenter. De restwarmte die vrijkomt bij afvalverwerking valt onder de definitie van ‘hernieuwbare bronnen’ van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarnaar wordt verwezen in het certificatieschema GLK. |
Warmtetransport
Afhankelijk van de hoeveelheid warmte en de afstand, kan bij het warmtetransport verlies optreden. “Maar omdat we met geïsoleerde leidingen werken, is dit tot een minimum beperkt”, zegt Braun. “Op een enorm lange afstand verlies je
misschien maar 2 graden.” In de zomer wordt minder gebruik gemaakt van restwarmte voor de verwarming van kassen. “Voor PrimAviera krijgen we een vergunning om die warmte in de bodem op te slaan.” Door de isolerende werking van de omgeving is het verlies hierbij beperkt. “Het hangt er vanaf hoe de ondergrond is samengesteld, maar in het PrimAvieragebied kunnen we het verlies tot 10 á 15 procent beperken”, gaat hij verder. “In de winter kunnen we het water zo weer uit de grond pompen.” Glastuinders kunnen ook individueel gebruik maken van een eigen ondergrondse bron. “Dan kunnen zij tevens gebruik maken van de verkregen vergunning. Wanneer de tuinder individueel de ondergrondse bron in PrimAviera wil gebruiken, dan betaald hij uiteraard zijn eigen kosten van de investering en voor de exploitatie.”
Investeren
“Het kostenplaatje is het grote voordeel van het gebruik van restwarmte”, zegt Braun. “Zoals de term ‘restwarmte’ al aangeeft, is het een restproduct. De kosten daarvoor proberen we zo laag mogelijk te houden. Het moet in ieder geval goedkoper blijven dan het alternatief aardgas”, legt Braun uit. “Wel maakt het de processen binnen het bedrijf wat complexer. De restwarmte levert een lagere temperatuur dan de temperatuur waarmee de tuinders gewend zijn te werken. Hierdoor zullen ze flink moeten investeren in aanvullende apparatuur zoals luchtbehandelingskasten met warmteterugwinning en extra verwarmingleidingen.” Wanneer een ondernemer een nieuwe kas bouwt, kan hier direct rekening mee worden gehouden. “En op deze manier investeer je in een milieuvriendelijke manier van telen onder glas”, besluit hij.
[Publicatie uit magazine SMK Nieuws 65, april 2011]